Mr. Gerardus (Gerard) BLOM, Procureur, geboren op 09 03 1792 te Gorinchem, gedoopt op 21 03 1792 te Gorinchem, overleden op 06 11 1850 te Gorinchem op 58 jarige leeftijd, zoon van Nicolaas Wilhelmus BLOM en Cornelia Maria LIESHOUT.
Gehuwd op 21 jarige leeftijd op 26 08 1813 te Gorinchem met Maria Anna Bell POLS, 17 jaar oud, geboren op 11 03 1796 te Woudrichem, gedoopt op 20 03 1796 te Woudrichem, overleden op 31 05 1878 te Gorinchem op 82 jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia Maria, geboren op 02 08 1814 te Gorinchem, overleden op 28 10 1814 te Gorinchem, 87 dagen oud.
2. Johanna Maria, geboren op 22 09 1815 te Gorinchem, overleden op 13 04 1889 te Dordrecht op 73 jarige leeftijd.
3. Mr. Nicolaas Wilhelmus, Adv. en Proc., rechter plaatsvervanger, geboren op 18 10 1817 te Gorinchem, overleden op 28 11 1874 te Gorinchem op 57 jarige leeftijd.
4. Cornelia Maria, geboren op 04 09 1819 te Gorinchem, overleden op 20 03 1897 te Dordrecht op 77 jarige leeftijd.
5. Mr. Arnoldus Marinus, Adv. en proc. Geboren op 10 11 1821 te Gorinchem, overleden op 03 08 1851 te Gorinchem op 29 jarige leeftijd.
6. Johannes Stefanus Josinus, geboren op 06 06 1823 te Gorinchem, overleden op 11 12 1834 te Gorinchem op 11 jarige leeftijd aan een zenuwziekte.
7. Johannes Albertus, O.I. ambtenaar, geboren op 11 06 1825 te Gorinchem, overleden op 06 04 1885 te Gorinchem op 59 jarige leeftijd.
8. Mr. Abraham Rutger, Adv., Lid Raad van justitie te Batavia, geboren op 05 08 1827 te Gorinchem, overleden op 27 09 1862 te Batavia op 35 jarige leeftijd.
9. Jenetta Adriana, geboren op 30 07 1829 te Gorinchem, overleden op 21 12 1891 te Doesburg op 62 jarige leeftijd.
10. Sara, geboren op 01 03 1831 te Gorinchem, overleden op 19 05 1832 te Gorinchem op 1 jarige leeftijd.
11. Willem, geboren op 05 04 1833 te Gorinchem, overleden op 16 10 1835 te Gorinchem op 2 jarige leeftijd aan roodvonk.
12. Adriana Margaretha, geboren op 21 09 1834 te Gorinchem, overleden op 13 05 1914 te Amsterdam op 79 jarige leeftijd.
13. Willem Johannes Stefanus Josinus, Hoofd ingenieur/directeur 1e Klas Rijkswaterstaat, geboren op 22 03 1838 te Gorinchem, overleden op 12 06 1917 te Arnhem op 79 jarige leeftijd.

Vlak na het huwelijk van Gerardus omsingelen de Pruisische leger de stad Gorinchem, de belegering start op 6 december 1813 en vanaf 22 januari wordt de stad vol beschoten. Op 4 februari 1814 geven de Franse en Patriotische verdedigers zich over. Op dat moment zijn ca. 77% van alle woningen in de stad kapot geschoten. Het pasgetrouwde stel heeft er schijnbaar weinig problemen aan ondervonden, 8 maanden na de kapitulatie wordt het eerste kind geboren. De naam "Bell" in Maria Anna Bell Pols verwijst naar de achternaam van haar overgrootmoeder Maria Anna Bell. De familie Bell was een zeer vermogende familie en de nazaten van de familie Pols danken veel aan deze familie Bell. Daarom gaven de nazaten de toevoeging Bell aan hun dochtersnamen mee.

In 1839 ontvangt Gerard de bovenstaande percamenten brief van Koning Willem 1(helaas zijn de koninklijke zegels verwijderd) met de volgende tekst:

Vrij van Registratie als betreffende eenen niet bezoldigden ambtenaar No 78

Wij Willem bij de gratie Gods
Koning der Nederlanden
Prins van Oranje Nassau
Groot Hertog van Luxemburg enz. enz. enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Justitie
Hebben goedgevonden en verstaan tot Procureur bij de Arrondissements Regtbank te Gorinchem te benoemen en aantestellen zooals geschiedt bij deze Gerard Blom.
Zullende aan den benoemden de tegenwoordige Brieven van Creatie worden uitgereikt voorzien van het Koninklijk Zegel en door Ons ondertekend.
Gegeven te 's Gravenhage, den vijftienden September des Jaars achttien honderd negen en dertig van Onze Regering het zes en twintigste.
De benoemde is beeedigd ten openbare teregtzitting van voornoemde Regtbank den 5 october 1839
Mij bekend:
Griffier

Twee jaar later verschijnt het volgende "pers"bericht:

Gerardus was procureur en zo verschijnen er dan ook dagelijks berichten van zijn hand in de krant. Het onderstaande opmerkelijke bericht stond in de Dordrechtse Courant. Gelukkig kun je om deze reden in deze tijd niet meer onder curatele gesteld worden........

Gerardus was in 1821 tevens gemeeteraadslid in Gorinchem. Hij had schijnbaar zijn zaakjes financieel goed voor elkaar. In 1848 was iemand automatisch verkiesbaar voor de Eerste Kamer van de Staten-Generaal als er meer dan fl. 807,= belasting werd betaald. In de Dordrechtse Courant van 2 november van dat jaar, verschijnt een lijst van alle personen in de provincie Zuid Holland die verkiesbaar zijn voor de Eerste Kamer van de Staten-Generaal. Er wordt daarnaast keurig vermeldt hoeveel belasting er was afgedragen volgens de directeur der directe belasting. Gerardus was dat jaar goed voor een bedrag van fl. 885,67. De complete lijst is hier te bekijken.

In het Centraal Bureau Genealogie is de aangifte inkomstenbelasting van alle inwoners uit Gorinchem terug te vinden uit 1869. In dat jaar verdiende de gemiddelde Gorinchem inwoner tussen de fl. 400,= en fl. 700,= per jaar. De aanslag van de weduwe M.A. Blom-Bell Pols gaf een inkomen aan van maar liefst fl. 8.000,=. Zij moest hiervoor fl. 110,= belasting betalen. Zoon Nicolaas Wilhelmus had een inkomen van fl. 2.250,= (belasting fl. 30,93) en dochter Cornelia Maria had fl. 600,= inkomen (belasting fl, 8,25) Dochter Johanna Maria, was gehuwd met Mr. Willem Leonord Diemont, zie hier onder. Dochter Jenetta Adriana huwt een huisarts, Dr. Johannes Hubertus van der Meer Mohr. De jongste dochter huwt in 1860 Christiaan Diderik Tijssen, een fabrikant uit Loenen aan de Vecht. Beide dochters wonen buiten de plaats en hiervan zijn geen inkomensgegevens bekend. Als Gerard overlijdt beheert zijn vrouw het familie vermogen. Verschillende malen verschijnt er in de Gorinchemse Courant een bericht dat er 16 hectare wei- en hooiland wordt verhuurd in de omgeving van Leerbroek en Leerdam. Schijnbaar kon hier jaarlijks op ingeschreven worden. Na haar overlijden worden er verschillende percelen verkocht, waaronder 1 aan haar zoon Johannes Albertus, totaal toch flinke bedragen:

     

Johanna Maria

Dochter Johanna Maria huwt te Gorinchem op 14 december 1836 met Mr. Willem Leonard Diemont, heer van Langerak geboren te Giessennieuwkerk 31 october 1794. Hij overlijdt te Gorinchem op 2 maart 1865. Mr. Willem Leonard Diemont is le luitenant van de  infanterie. Hij werd te Leiden ingeschreven als student in de theologie (Sept. 1810), later in de rechtsgeleerdheid (Nov. 1814), promoveerde in de rechten (Juni 1817). In 1830 nam hij dienst als vrijwilliger tijdens den Belgische opstand, wat hem het ridderschap der M.W. Orde bezorgde. Daarna was hij lid van de tweede kamer, houtvester en dijkgraaf van het land van Gorinchem, ridder in de Militaire Willems Orde 4e klas. Hij had op zijn 33e verjaardag al een inkomen van fl. 4200,= per jaar en moest hiervoor jaarlijks fl. 57,75 belasting betalen. Na het overlijden van haar man werd Johanna Maria de eigenaresse van de hoge heerlijkheid Langerak.
De familie Diemont had evenals de familie Blom een eigen familiewapen.

Nicolaas Wilhelmus

 

Johannes Albertus

Johannes Albertus leerde het brouwersvak te Waspik in Noord Brabant en te Brussel. Was daarna werkzaam in de brouwerij ‘’ De Drie Snoeken’’ van de heer van der Koog en dreef deze zaak na diens overlijden voor gezamenlijke rekening met de nieuwe eigenaar, de heer W. Viruli Verbruggen.
  Na liquidatie van de zaak vertrok hij in 1857 met het schip Noach III van de rederij Fop Smits naar Indië.Was daar werkzaam in de houtkapconcessie van de heer Loudon tot 1864 en ging toen over in rijksdienst en was achtereenvolgens:
-Onder commies 2e klasse bij de controle en recherche te Batavia van 23 feb. 1864 tot 31 oct. 1864 tegen 100 gulden per maand. Het jaar daarop verdiende hij 150 gulden per maand.
- Ontvanger der inkomende en uitgaande rechten, tevens havenmeester, visitateur en commies van de recherche te Telok-Betong ( Lamponqsche) districten van 14 december 1865 tot 14 februari 1870 tegen 200 gulden per maand.
-Commies ontvanger der in- en uitvoerrechten te Sinqkel aan de Sumatraanse westkust tot 23 augustus 1871 ook tegen 200 gulden per maand.
-Commies ontvanger te Siboga tevens fungerend als haven- en pakhuismeester tot 6 september 1873.
-Commies visitateur bij de controle en recherche te Batavia tot 1 januari 1874.
Vervolgens bij koninklijk besluit van 8 juni 1876 uit ’s-lands dienst ontslagen,waarna hij naar Nederland terug keerde.

Over de nalatenschap van Johannes Albertus is veel bekend. Vlak na zijn overlijden staat er al een bericht in de Gorinchemse Courant dat er onroerende goederen worden verkocht. Gelegen onder Gorinchem, Arkel, Leerbroek en Leerdam, totaal 13 hectare, 38 aren en 13 centiaren.

Een paar dagen later zijn er al 12 percelen verkocht, voor een in die tijd enorm bedrag.

U kunt hier meer lezen over de nalatenschap.

Abraham Rutger

Van alle Europeanen die naar Batavia kwamen werd een dossier bijgehouden, zo ook van Abraham Rutger. Hij kwam in Batavia aan met het schip "Gertrude". Hij had daar een stormachtige carriere. Per koninkijk besluit wordt hij in 1853 benoemd tot ambtenaar van de eerste klasse voor de dienst in Nederlandsch Indie. In dat zelfde jaar wordt hij benoemd in de landraad van de stad en voorsteden van Batavia, waarvoor hij een maandelijkse toeslag van fl. 50,= ontvangt. Als hij, nog steeds in 1853, benoemd wordt tot griffier bij het Hooggeregtshof van Nederlandsch Indie is zijn maandinkomen al tot fl. 200,= gestegen. In 1855 wordt hij griffier bij een rechter in de derde afdeling; maandinkomen fl. 300,=. Twee jaar later is hij al substituut officier van justitie bij de Raad van justitie te Samarang, waarvoor hij maandelijks fl. 500,= ontvangt. In 1858 krijgt hij dezelfde functie maar nu in het nabij gelegen Batavia (Het huidige Jakarta), het maandsalaris is echter beter dan in Samarang; fl. 600,=. In 1861 wordt Abraham Rutger benoemd tot lid van de raad van Jusititie te Batavia, een gerechtshof voor Europeanen in Batavia. Er waren destijds 6 van deze raden in Batavia aanwezig. Hij kreeg voor deze functie een salaris van fl. 700,= per maand, hierboven is te lezen dat dit maandbedrag een royaal jaarsalaris was voor de gemiddelde Nederlander. Het zal in Nederlandsch Indie wellicht ook minder prettig leven zijn geweest dan in Nederland. Een jaar voor zijn benoeming kwam het boek "Multatuli" uit van Max Havelaar, een regelrechte aanklacht tegen de Nederlandse regering. Jarenlang had de Nederlands overheid in Nederlandsch Indie een "cultuurstelsel" in het leven gehouden. Hierbij moesten boeren 20% van hun grond gebruiken om koffie en thee te verbouwen voor de Nederlandse regering. Roerige tijden, zodanig dat de minister van Koloniale zaken in Nederland in 1861 een keuze moet maken, of vertrekken uit Nederlandsch Indie of overgaan op volledige overheersing. Dit laatste wordt besloten. Precies in dat jaar mag Abraham Rutger een extra beloning van fl. 800,= in ontvangst nemen omdat hij de functie van officier van justitie in een andere afdeling gedurende twee maanden had waargenomen. In 1862 wordt Abraham Rutger ziek en vraagt hij een binnenlands verlof aan gedurende 1 maand naar Gadok, een dorpje tussen Jakarta en Samarang in. Het ziekteverlof wordt hem toegewezen op 25 september 1862, twee dagen later was hij echter al overleden.

In het blad "het Regt in Nederlandsch Indie, Regtskundig tijschrift" uit 1861 wordt stil gestaan bij zijn overlijden met de volgende tekst:

abraham blom    abraham r blom

Jenetta Adriana

Jennetta Adriana trouwt op 27 06 1855 te Gorinchem met Dr. Johannes Hubertus van der Meer Mohr.

Adriana Margaretha

Adriana Margaretha trouwt op 10 05 1860 te Gorinchem met Christiaan Diderik Tijssen een fabrikant.

terug naar de genealogie