CONSERVEN BLOM NV

            

De conservenfabriek neemt een bijzondere plaats in, als we de geschiedenis van de Blommen bekijken. De eerste Blom die zich in Nederland vestigde had al het beroep van loodgieter opgegeven. Hij vestigde zich in Doetinchem en wist zijn enthousiasme voor het vak schijnbaar goed over te brengen op zijn kinderen en kleinkinderen, vele generaties hielden zich met dezelfde werkzaamheden bezig. Uiteindelijk had dit tot gevolg dat er een heuse fabriek werd opgestart, die zich bezig hield met het inblikken van conserven. De ontstaansgeschiedenis is in 1976 op papier gesteld door Egbert en Michiel Wijnand Blom, beide voormalig directeur van de conservenfabriek. Uit hun documentatie, genaamd: Leidekker en loodgieter Blom stichtte een conservenfabriek, is het onderstaande ontleend.

De basis voor de fabriek werd gelegd door Michgiel Wienand, die geboren was in 1836, hij dreef in de jaren 1860/1870 als opvolger van zijn vader een koperslagerij, annex leidekkers- en loodgietersbedrijf dat in de Hamburgerstraat in Doetinchem was gevestigd. Michiel Wienand was gehuwd met Hermina Semmelink en had vier zoons die zich allen in het vak bekwaamden. Omstreeks 1875 werd een loodgietersknecht uit Haaksbergen in dienst genomen, deze jongeman (Toon Hekman) had al eens iets gehoord van een zekere Nicolaas Apert, een Franse kok, die er rond 1810 in was geslaagd levensmiddelen voor een langere periode houdbaar te maken door ze in hermetisch gesloten blikken te verpakken en ze vervolgens door middel van warmte te steriliseren. Toen Michgiel er achter kwam dar Toon Hekman de kunst verstond van het maken van een blikken bus, ontstond gelijk het idee hiermee te gaan experimenteren. Het maken van de blikken was dus geen probleem, voordat er echter goed consumeerbare etenswaren uit de blikken gehaald konden worden vergde echter een enorm door-zettingsvermogen. Naar verloop van tijd werd er toch een goed resultaat behaald en was de produktie zodanig dat ook buren en kennis zo nu en dan een blikje konden aanschaffen.

Johan Herman, de jongste zoon van Michgiel had aanvankelijk weinig interesse om dezelfde werkzaamheden als zijn vader uit te voeren. Toen hij op 18 jarige leeftijd echter zonder werk kwam te zitten, nam hij toch het aanbod van zijn vader aan om zich binnen het bedrijf te gaan toeleggen op het verduurzamen van levensmiddelen. In de keuken van de familie Blom werden de benodigde groenten schoongemaakt, waarvoor de hulp van het vrouwelijke deel van de familie en buren en kennissen werd ingeroepen. Door van s'morgens vroeg tot s'avonds laat te werken werd er maar liefst een dagproduktie van 50 a 60 blikken gedraaid. Deze produktie kon niet meer in eigen kring worden afgezet en zo ontving Johan Herman op 28 september 1895 een vergunning voor "handelsreiziger in levensmiddelen" van de gemeente Doetinchem. Er werd toen gehandeld onder de naam M.W. Blom & Zoon Conservenfabriek Doetinchem.
Al snel bleek de keuken te klein en werd de produktie verplaatst naar de schuur. Daarnaast werden er al in 1898 enkele krachten aangetrokken en werd het afhalen van bonen en het doppen uitbesteed. De schuur bleek echter ook al snel te klein, waarna een stuk grond aan de Wijnbergscheweg 70 werd aangeschaft. Hierop werd in 1904 een gebouw van 20 bij 20 meter gebouwd. Het nieuwe fabriekje bestond uit twee afdelingen, namelijk een voor het schoonmaken en verder verwerken van de groenten en daarnaast de blikslagerij en een afdeling voor de expeditie en grondstoffen opslag. conserven Blom

Toen in 1905 Michgiel Wijnand zich terug trok uit de fabriek nam zijn zoon Wijnand Martinus zijn plaats in. Gelijktijdig nam de oudste zoon Herman Theodoor het loodgietersbedrijf aan de Hamburgerstraat over. Derk Johan, de enige nog niet genoemde zoon van Michgiel Wijnand, die rijwielfabrikant was, kwam naar verloop van tijd ook het team versterken in de fabriek. Hij hield zich met name bezig met de bediening en het onderhoud van het machinepark.

   blom

Het brief papier omstreeks 1916                                                                                                                                                                 een dubbel zakmes als relatie geschenk

                                                

De vulmachine kon 120 blikken per uur aan....  

De produktie liep voorspoedig en in 1913 werd opnieuw een gebouw in gebruik genomen, hoofdzakelijk bestemd voor de schoonmaak en voorbehandeling van de verse groenten. De eerste erwten-dopmachine en een doperwten sorteermachine kregen hierin een plaats. Deze laatste machine kon de doperwten in twaalf verschillende groottes sorteren. Een oud telefoonboek uit 1915 vermeldt dat de Blommen er ook op het gebied van de moderne techniek snel bijwaren, u kon ze bereiken onder telefoonnummer 42. In de eerste wereld oorlog kreeg de NV met een tegenslag te maken, er bleek namelijk al snel geen blik meer te krijgen. De inventieve Blommen besloten echter de produktie van houten klompen ter hand te nemen. Na de oorlog werd er echter al snel weer op de eigen business gestort.

De verkoop liep zo goed dat in 1922 wederom een nieuw gebouw werd geplaatst. Op mei 1924 werd de Naamlooze Vennootschap Stoomfabriek van Verduurzaamde Levensmiddelen M.W. BLOM & ZOON opgericht met een maatschappelijk kapitaal van fl. 200.000,- verdeeld over 200 aandelen van fl. 1.000,- per stuk:

                       

Inmiddels had de conserven fabriek in zowel binnen als buitenland een zeer goede naam opgebouwd, soms werd zelfs de helft van de productie naar Nederlands Indie verscheept. Dit was er dan ook de oorzaak van dat de fabriek weer te klein werd. In 1928 kwam er een geheel nieuwe productiehal met ketelhuis erbij. De opslagruimte was toen al gegroeid tot een omvang van 34 bij 90 meter! Door goed management van de directie kon de fabriek zich ook tijdens de crisisjaren na 1930 goed staande houden. Er werd inmiddels ook vlees ingeblikt, voor de overheid ten behoeve van de sociaal zwakkeren in de maatschappij. In deze periode rolden de drie zoons van Johan Herman een voor een in de zaak. Michiel Wijnand kwam in 1925 het team versterken, even later volgde zoon Egbert en in 1932 zou Henri Herman het team completeren. In die jaren was het schijnbaar een leerzaam uitje om bij de conservenfabriek rond te kijken. Een school uit Terborg meldt in 1930 dat er een schoolreisje naar de fabriek is georganiseerd.    
      blom
In veel kranten door het land verscheen                                              ca 1935                                                          en omstreeks 1938
bovenstaande advertentie (omstreeks 1927)

 

In een magazine uit 1935 van Bon´s reis - verzekering - woning en incassobureau uit Doetinchem stond bovenstaande advertentie (met dank aan Dick en Joke Enserink). Als tweede een reclame folder.

 
Een kwitantie uit 1938 met handtekening van de direkteur Johan Herman, over het zegel van 10 cent.

Op 1 januari 1942 wordt bij de Kamer van Koophandel in Arnhem ingeschreven (onder nummer 11697) een Vennootschap onder firma. Als vennoten werden aangemeld, Johan Herman, Wijnand Martinus, Michiel Wijnand, Egbert en Henri Herman, waarbij alleen Johan Herman gerechtigd was beslissingen te nemen zonder enige toestemming van de mede vennoten. Waarom er nu sprake is van een VOF in plaats van een NV is niet geheel duidelijk.

Ook in de tweede wereld oorlog deed zich het zelfde probleem voor als tijdens de eerste wereld oorlog, er was niet voldoende blik voor handen. In 1942 werd een centrale keuken in de fabriek gevestigd, waar warme maaltijden werden bereid voor te werkgestelden in de omgeving. In 1944 werd een deel van de fabriek in beslag genomen door de Dienststelle Rustung und Kriegsproduktion van de einsatzstab Doetinchem der NDSAP. De groep stond onder leiding van een zekere Kuckinsky. De Duitsers waren dagelijks aanwezig en regelden de productie en het transport van voedsel, wat bestemd was voor de door de Duitsers te werk gestelde arbeiders.

                                                

NSDAP transportfuhrer Kuckinsky geeft de papieren aan de trammachinist voor het vervoer van levensmiddelen naar het kamp Rees. Het vervoer van voedsel naar kamp Rees in Emmerich ging via een tramlijntje Zutphen - Emmerich, welke direkt naast de fabriek gelegen was. Het tramlijntje is goed zichtbaar op de linker luchtfoto.

Na de oorlog probeerde het bedrijf de werkzaamheden weer te hervatten, maar dit viel niet mee. Grondstoffen waren bijna niet aan te komen en consumenten hadden weinig geld te besteden. Gelukkig waren de machines wel intact gebleven in de oorlogsjaren. Gestaag begon de vraag te groeien en daarmee dus ook de productie. De groei had wederom een uitbreiding tot gevolg, dit maal in 1952. Op 1 mei 1956 werd de vennootschap omgezet naar een NV, daarbij veranderde de toch wat lange naam in het strakke "Conserven Blom NV". De NV gaat van start met Michiel Wijnand, Egbert en Henri Herman als direkteuren en een commissaris genaamd Nicolaas Bothof. Er wordt gestart met een geplaatst kapitaal van fl. 300.000,- Dit geplaatste kapitaal is opgebouwd uit 300 aandelen van elk fl. 1.000,- per stuk, waarbij aangetekend is dat alle drie de direktieleden in het bezit waren van 100 aandelen. In de oprichtingsakte wordt aangegeven dat de bezittingen bestonden uit het woonhuis Wijnbergseweg 64 en de bedrijfspanden Wijnbergseweg 66 - 68- 70 alsmede 2 hectare grond. Het eerstegenoemde woonhuis was in gebruik van Michiel Wijnand.                 

                                    

De fabriek gezien vanuit de lucht begin jaren '50, een imposant complex.

Technisch waren de Blommen zeer bedreven, al in 1958 beschikte de firma over een apparaat van eigen vinding waarmee sperziebonen konden worden geplukt. Deze machine is feitelijk de voorloper van de machtige machines waarmee vandaag de dag vele hectaren boontjes worden geplukt. Mechanisatie en automatisering werden gezien als een mogelijkheid om de concurrentie het hoofd te bieden. Inmiddels was een deel van de productie bestemd voor de Duitse markt, waar men nu dus ook kon genieten van de junge Erbsen van Blom. Landen als Engeland, Belgie en Luxemburg konden inmiddels ook al genieten van de producten van Blom, maar ook de scheepvaart sloeg massaal veel ingeblikte groenten in.

Vruchtensappen in edele smaken, je zou er dorst van krijgen.

In 1958 werd gestart met de productie van vruchtensappen, waarbij Jus d'orange de hoofdmoot vormde. Ten gevolge van de te grote concurrentie werden de vruchtensappen al in 1963 uit productie genomen. Ook de vervaardiging van diepvriesmaaltijden, waarmee werd gestart in 1961, bleek van korte duur. Al na twee jaar werd de productie gestaakt. In deze twee jaar werden maar liefst 20 verschillende complete menu's vervaardigd, uiteraard allen van hoogwaardige kwaliteit. In dezelfde periode werd de handelsnaam Prosan-Doetinchem gebruikt. Onder deze naam werd babyvoeding in poedervorm geproduceerd, maar ook dit bleek geen blijvertje. De oorzaak van de beeindiging van de produktie moet gezocht worden in het feit dat de distributiekosten te hoog bleken uit te vallen.

In deze periode kon men een kijkje komen nemen in de fabriek. Een speciaal boekje prijst de waren van Conserven Blom aan en legt tevens uit hoe de doperwten van het land in de blikken komen. Er valt te lezen dat aanvankelijk de doperwten op veilingen werden aangeschaft, maar dat nu bijna alle doperwten in een straal van 10 km rond de fabriek verbouwd werden, waarbij met de plaatselijke telers contracten zijn afgesloten voor de levering. Een bekend verschijnsel waren de borden "Doperwten voor conserven Blom'" die in de doperwtenvelden rond Doetinchem te zien waren. In een krant uit die tijd doen de heren Blom verslag van de gang van zaken. In september/oktober worden contacten gelegd met landbouwers die voornemens zijn doperwten te leveren aan de fabriek. Rond januari worden de afspraken vastgelegd en een teeltindeling gemaakt van de verschillende soorten, al naar gelang de markt vraagt. In juni begint dan de erwten campagne. Het erwten seizoen duurt slechts 5 weken per jaar en in deze perioden wordt er ca. 6 hectare per dag (!) aan erwten gedorst en verwerkt. Vrachtwagens van boeren uit de Achterhoek en Liemers rijden af en aan en nemen op de terugweg het restprodukt mee, de afgewerkte plant. Dit dient dan weer als voer voor het vee. Dit alles vergt een enorme organisatie, aldus een van de heren Blom.

Aangezien het doperwten seizoen zo kort duurt, moesten de machines in de fabriek regelmatig aangepast worden aan de verwerking van andere groeten. In het eerder genoemde boekje voor bezoekers wordt uitgebreid uitleg gegeven over de verschillende machines die in gebruik waren in de fabriek, van sorteer machines, tot blancheermachines en blikkenvul- en sluitmachines. In het nawoord wordt speciaal aan een woordje gericht aan de Geachte Huisvrouw-lezeres. Zij werd vooral op het hart gedrukt: "dat zij zich ook in de wintertijd geen zorgen hoeft te baren zolang er in uw provisie-kast nog CONSERVEN BLOM prijkt."

                                                      

Na het overlijden van Henri Herman in 1957 en het uittreden van Egbert in 1963, was Michiel Wijnand op dat moment nog de enige Blom in het bestuur. In 1963 werd een fusie aangegaan met vleesvaren bedrijf Gebr.van Zadelhoff NV, ook uit Doetinchem. Michiel Wijnand wordt aangesteld tot directeur van dit nieuwe concern. Vanaf 1965 werd flink geinvesteerd in het volledige productieproces van de conservenfabriek. Hierdoor kon een productie worden bereikt van 300 blikken per minuut(!) ofwel 160.000 blikken per dag, op drie zogenaamde vullijnen. Deze blikken werden voornamelijk gevuld met doperwten, een van de meest bekende kwaliteitsproducten van Conserven Blom. Conserven Blom was een van de grootste werkgevers van Doetinchem, het verhaal gaat dat er zelfs geen goed overzicht was van al de personen die hier werkzaam waren. Zo kon het gebeuren dat werknemers in de ochtend door de poort naar binnen liepen en bij binnenkomst inklokten en vervolgens de achteruitgang namen om elders te werken. Aan het eind van de middag werd de route omgekeerd bewandeld, waardoor er een onverdiend salaris kon worden opgestreken. De personeelsleden die wel aanwezig waren klaagden voornamelijk over de kou in de winter. De enorme productiehallen waren immers onverwarmd. Toch bleek Blom een goed werkgever, verschillende werknemers roemen de sfeer in de fabriek. Het verhaal gaat dat de directie de dames aan de lopende band, stimuleerden om gezellig met de radio mee te zingen. Bijkomend voordeel was dat er tijdens het zingen niet van het verse fruit gesnoept kon worden.

personeel conserven Blom


Alle inspanningen ten spijt, bleek de concurrentie toch te sterk. Het gerucht gaat dat de conservenfabrikanten onderling hadden afgesproken dat de conserven uitsluitend in blik aan de consument aangeboden zouden worden. Hak hield zich echter niet aan deze gentlemans agreement en juist de groeten in een glazenpot bleken de toekomst te hebben. Per 1 januari 1970 treedt de laatste Blom, Michiel Wijnand, ook uit de NV en deze wordt verkocht aan de firma Cebeco Handelsraad. De direktie wordt dan gevoerd door C. Schouten en drs. Christoffel Schreuder. Aanvankelijk heeft de fabriek enige tijd stil gestaan maar al snel kreeg de firma Hak interesse om een deel van haar productie in Doetinchem onder te brengen. Op 31 december 1971 neemt de firma Hak het bedrijf over, waarbij de "Conserven BLOM NV" alleen nog bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staat als verhuurder van het bedrijfspand. In het in 2002 verschenen boek; "u moet al 50 jaar de groenten van Hak hebben" wordt stil gestaan bij de overname. Hak had in 1970 een te kleine productie- en opslagcapaciteit en had een overnamebod van Duyvis afgeslagen. Hierop probeerde Duyvis een deel van de markt van geconserveerde groenten naar zich toe trekken. Daarbij werd vooral geleverd aan juist die groothandelaren die van Hak te horen hadden gekregen dat ze uitverkocht waren. De firma Hak moest dus zo spoedig mogelijk de productiecapaciteit verhogen. Door de fabriek in Doetinchem in te zetten werd de productie in 1 jaar tijd met 50% verhoogd, voldoende om aan alle vraag te voldoen. Duyvis staakte al na 3 jaar de productie van groenten in glas, "en dat was nog het mooiste van alles", aldus het jubileum boek van Hak.

               
UtrechtsNieuwsblad 2 december 1963 en 5 november 1964                                                                                                 De tijd 30 juni 1970                                           18 september 1970

Hoewel conserven Blom dus al in 1970 is overgenomen komt deze naam toch voor in een dossier welke eind jaren ´70 was opgesteld in opdracht van het Ministerie van Economsiche zaken. In dit rapport worden de op dat moment 50.000 bedrijven die in de voedselsector werkzaam zijn in kaart gebracht. Daarbij worden er 1500 bedrijven geselecteerd die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse voedselvoorziening tijdens een calamiteit. Tussen deze geselecteerde bedrijven komen we de naam Conserven Blom toch weer tegen. Vanaf december 1972 veranderd de naam van Conserven Blom NV naar een BV. Deze BV zal op 22 oktober 1975 ontbonden worden, waarmee er na meer dan 100 jaar een eind komt aan de zakelijke activiteiten onder de naam Blom. Uiteindelijk is de fabriek omstreeks 1986 gesloten en momenteel is er niets meer van de fabriek terug te vinden, deze is in zijn geheel gesloopt.

Toch jammer dat de blikken doperwten met dat fraaie wikkel niet meer in de winkels verkrijgbaar zijn.....Het aardige is dat de naam "Conserven Blom" toch nog regelmatig voor komt op het internet. Op marktplaats en andere (ver)koop sites wordt er levendig gehandeld in speldjes, oude wikkels en onlangs werd er zelfs een reclamebord te koop aangeboden, het bord is weer binnen de familie terug. De maker van deze website heeft het bord inmiddels in zijn woning hangen. Er schijnen meer emaille borden in de omloop te zijn. Bij een ander familielid is een theelepeltje in bezit. In 2009 is er een originele blikopener aan mijn verzameling toegevoegd. Op de detailfoto is de inscriptie in het ijzeren deel goed te zien. De zelfde inscriptie staat ook in het houten handvat, maar dit is door het vele gebruik nauwelijks leesbaar. Uiteraard had de conserven fabriek ook haar eigen suikerzakjes. Recent bleek een oud werknemer bereid afstand te doen van een fraai reclame bord en een tafelaansteker. Deze aansteker is uiteraard in de vorm van een conservenblikje.....

                                 

   

                   

                      

                                                                                                                    

              
 terug naar stamboom        terug naar geschiedenis